Repetities Oorlogswinter bijna van start!

Oorlogswinter van Jan Terlouw is Nederlands bekendste jeugdboek over de Tweede Wereldoorlog. In 2020, 75 jaar na de bevrijding van Nederland, bewerkt Theatergroep De Jonge Honden het boek tot een spannende familievoorstelling (10+) over vriendschap, vertrouwen en volwassen worden in een oorlog. De voorstelling gaat op zondag 29 maart in première in Schouwburg Odeon. Daarna gaat de voorstelling op tournee door provincie Overijssel. Jolmer Versteeg, artistiek leider van Theatergroep De Jonge Honden uit Zwolle, regisseert de voorstelling. Wessel de Vries, o.a. als schrijver verbonden aan Kameroperahuis, schrijft het script. Halverwege februari starten de repetities van Oorlogswinter, zondag 29 maart gaat Oorlogswinter in première in Schouwburg Odeon.

Een bekend boek als Oorlogswinter bewerken, in samenwerking met de schrijver van het boek, Jan Terlouw, hoe gaat en werkt dat?
Wessel de Vries (script): “Ik ken het boek al vanaf dat ik klein was en ik vond het vroeger al een heel spannend boek. Toen Jolmer mij vroeg voor het schrijven van het script, toen dacht ik wel, dit is echt een vet boek dat ik vroeger altijd met veel plezier las. Echt een ‘whodunit’, een soort thriller. Het is niet het zoveelste verhaal over de Tweede Wereldoorlog, maar juist over een jongen die in roerige tijden voor heftige keuzes komt te staan. Dat maakt dat ik het graag wilde doen. Ik ben voor het schrijven teruggegaan naar wat ik zelf er van vond tijdens het lezen van het boek. En dat was inderdaad dat het zo spannend was, dat Michiel een geheim heeft. En dat je je afvraagt: ‘hoe kan het nou dat hij verraden is, wie zou dat gedaan hebben?’.”
Jolmer Versteeg (regie): “Het is bijzonder om met de schrijver van het boek te zitten, hij is als het ware de vader van Oorlogswinter. Wat ik zo leuk vind aan de samenwerking met Jan Terlouw is dat je er langzamerhand steeds meer achter komt hoe autobiografisch het boek eigenlijk is. In het boek zit een scène met een koets en een achtervolging. Terlouw vertelde ons dat hij tijdens de oorlog op een koets zat met een paard en dat achter hem een koets reed met Duitsers. Hij wist dat Duitsers paarden innamen, dus hij was bang dat zijn paard ook afgepakt zou worden. Het was niet zijn paard en zijn koets, dus hij wilde te alle tijde voorkomen dat zijn paard werd afgenomen. Hij is toen keihard in galop te gaan en een bospad ingeslagen, een soort kat-en-muis-race. Dit is ook een scene in het boek en in de film, en ik dacht altijd dat dat verzonnen was om het boek spannend te maken, maar Terlouw heeft dat echt gedaan. Hij vertelde ook dat je na 8 uur  niet meer de straat op mocht. Als je dan om 8 uur nog op straat was, belde je bij een boer aan om daar te gaan slapen. Het was zo’n andere tijd toen. Het verhaal van Oorlogswinter is zo erg gebaseerd op wat hij heeft meegemaakt en dan is niks zo spannend en leuk om bij de bron zelf te zitten.”

Theatergroep De Jonge Honden gaat met de voorstelling Oorlogswinter voor het eerst op tournee langs de theaters. Waarom geen openluchtvoorstelling deze keer, maar een voorstelling binnen de muren van een theater?
Jolmer: “Wat ik sterk vind aan deze tournee is dat we in de theaters in Overijssel gaan spelen met deze voorstelling en daardoor een groot deel van de provincie kunnen bedienen, in plaats van alleen Zwolle bijvoorbeeld. Vooral ook omdat het in het kader van 75 jaar vrijheid viering is in Overijssel. Als je in de theaters speelt, is het veel haalbaarder om dit aan de hele provincie aan te bieden. Daarnaast leent dit verhaal zich ook heel goed voor een zaalvoorstelling.”
Wessel: “Een zaal biedt natuurlijk mogelijkheden om de kijker mee te nemen in allerlei werelden: een bos, een huis, een weiland. Als je werkt op een locatie in de buitenlucht, zit je veel meer aan die locatie gebonden.” 

De voorstelling gaat over een paar maanden in première, hoe ziet de voorstelling er nu in jullie hoofd uit?
Jolmer: “Het wordt echt een familievoorstelling. Het is een coming-of-age, over een jongen, Michiel, die ouder wordt, die daardoor de wereld en mensen leert begrijpen, maar zich ook gigantisch vergist in mensen. Hij heeft een oordeel klaar, maar het oordeel blijkt soms ook totaal niet te kloppen. Het is een soort whodunnit, een cowboy-verhaal. Het is een spannend jongensboek, maar wel met een verhaal. Er zitten twee livemuzikanten in de voorstelling, een cellist en iemand die alle soundscapes live maakt. Het decor is spannend, dat bestaat uit twee loopbanden die tegen elkaar in draaien op het toneel waar de acteurs op staan en we werken met projecties. We staan met veel verschillende disciplines op het toneel.”

Michiel, de hoofdpersoon in het verhaal, raakt betrokken bij het verzorgen van een Engelse piloot, die in de bossen achter zijn huis is neergestort. Is Michiel een held voor jullie?
Jolmer: “Nee, Michiel is geen held. Hij is gewoon eigenlijk heel menselijk. Hij is jong dus hij heeft een bepaalde naïviteit over zich, die wij allemaal wel hebben denk ik. Tegelijkertijd heeft hij ook wel iets volwassen in zich, want hij dealt met volwassen problemen, en dat maakt ook dat hij een soort gunfactor krijgt omdat je hem niet alles kwalijk kan nemen. Michiel weet het ook niet allemaal en dat maakt dat je veel van hem pikt. Dat vind ik wel heel mooi.
Wessel: “Maar het is wel heel dapper wat hij allemaal doet. Hij verzorgt een piloot in de bossen, met gevaar voor eigen leven, maar hij maakt ook fouten.”
Jolmer: “Michiel wil op den duur uit zijn eigen cowboyverhaal stappen. Als de oorlog begint, is het voor een jongen van 14 jaar nog wel leuk en spannend met soldaten op straat. Tot het moment dat je buurman of vader tegen de muur wordt gezet door deze soldaten. Dan slaat de sfeer wel om en wil je die oorlog niet meer. Michiel raakt er ook in verstrikt en wordt met de neus op de feiten gedrukt. 
Wessel: “Zo’n oorlog moet niet worden ingedeeld in helden en slechteriken, en ik vind dat Jan Terlouw dat echt in dit boek heeft doorbroken. Na de Tweede Wereldoorlog had je de oorlogshelden en je had de oorlogsmisdadigers, terwijl daar tussen in nog een hele grote groep grijze massa zit. Het boek gaat heel erg over de gewone mensen in de oorlog. Over hoe het was om te leven in die oorlog, niet hoe het was om een held of een schurk te zijn in die oorlog.”